Interview met Anton Jongstra en Aldo Paape, makers van Wie is de Mol? (deel I)

mol

Al jarenlang is Wie is de Mol? één van de populairste en meest bekeken programma’s op de Nederlandse televisie. Elk seizoen kijken er weer miljoenen Nederlanders in een poging om te ontrafelen wie van de kandidaten de grote saboteur, de Mol, is. In 2001 won het programma een Gouden Beeld toen het werd verkozen als beste amusementsprogramma. In 2001, 2002, 2009, 2010 en 2011 werd Wie is de Mol? bovendien genomineerd voor de prestigieuze Gouden Televizier-Ring.

Mede verantwoordelijk voor het grote succes van het programma zijn Anton Jongstra en (tot voor kort) Aldo Paape. Jongstra is al vele jaren namens producent IDTV werkzaam als eindredacteur van Wie is de Mol? en is het creatieve brein achter het programma. Gekscherend noemt Jongstra zichzelf de ‘dictator’ van Wie is de Mol?, aangezien het programma grotendeels is gebaseerd op zijn persoonlijke smaak. Zo bepaalt hij het land waar het programma zich zal afspelen, bedenkt hij met zijn collega’s de opdrachten en, belangrijker, bepaalt hij welke bekende Nederlander de Mol zal zijn. Aldo Paape was lange tijd productieleider/uitvoerend producent van het programma, totdat hij begin van dit jaar de overstap maakte naar Expeditie Robinson op RTL5. Voor Wie is de Mol? was Paape vooral belast met, zoals hij het zelf noemt, de ‘logistieke ellende’, oftewel het regelen en mogelijk maken van locaties en opdrachten en mensen op het juiste tijdstip met de juiste spullen op de juiste plek krijgen.

Begin april 2011 ontmoet ik Jongstra en Paape in Amsterdam voor een interview in het kader van mijn master scriptie over de representatie van Japan in het tiende (jubileum) seizoen van Wie is de Mol?. Het mooie voorjaarsweer nodigt uit om buiten op het terras plaats te nemen, en zo vangt het interview aan terwijl het drukke verkeer en de Amsterdamse trams enkele meters verderop langs razen. Vanwege het onderwerp van mijn scriptie gaat het gesprek vooral over het Japan seizoen.

Waarom speelt Wie is de Mol? zich af in verre landen? Waarom niet op Terschelling bijvoorbeeld?
Jongstra: “Ja, of Drenthe. Dat noemen we zelf altijd als voorbeeld. Een deel van de kijkers wil gewoon heel graag iets van een land meekrijgen. De AVRO, de uitzender, de zendgemachtigde, wil dat ook. Dus ja, je hebt meer kijkers als je het in een leuk en spannend land doet. Zo simpel is het. In seizoen twaalf zouden we het ons misschien kunnen veroorloven om Wie is de Mol? op Terschelling op te nemen. Dan zouden we misschien nog best wel veel kijkers hebben. Maar zeker minder. Maar nog steeds een miljoen denk ik.”
Paape: “En wat ook meespeelt, ook voor de makers zelf, is dat het zeer uitdagend is om op plekken te komen waar je van denkt dat daar je hersens gaan werken om nieuwe spellen te bedenken. Dat heb je wat sneller in een exotisch land dan dat je in Drenthe een hunebed tegen komt die je al in je jeugd hebt gezien.”
Jongstra: “Dat is wel zo. Als je een vulkaan ziet waar je dan in vier minuten vanaf kunt rennen… [in de vijfde aflevering van het Japan seizoen]. Ja, dat is wel heel leuk, dat heb je op Terschelling niet. Hoewel, er schijnt wel een vulkaan te zijn vlak boven Terschelling van twintig miljoen jaar oud. Heb ik laatst ontdekt, maar dit terzijde.”
Paape: “Kijk, een bijkomend voordeel is ook dat je in de verre landen wat minder Nederlanders tegen komt die het geheim zullen en kunnen verklappen.”

Ik las dat er op Internet berichten waren verschenen dat Pieter-Jan Hagens en de kandidaten waren gezien op Narita Airport [vliegveld nabij Tokio]. Het was dus ver van te voren al uitgekomen dat het tiende seizoen zich in Japan zou afspelen?
Jongstra: “Klopt. Sterker nog, wie er in de finale zat. Dat stond in juni al op het Internet. Ja, heel triest. Maar de mensen hadden zelf niet in de gaten wat de gevolgen waren voor ons. Maar wij hebben het gewoon doodgezwegen. Niet op gereageerd, en toen is iedereen het gewoon weer vergeten. Ik heb niemand erover gehoord.”
Paape: “De sociale media zijn op het ogenblik dusdanig allround aanwezig dat het heel lastig wordt. Het voordeel is… het uitlekken van de kandidaten lukt niet. Dat is nog nooit voorgekomen. En van de crew weet men ook niet wie dat zijn. Dus als een buitenlandse filmploeg ergens is, ook al zijn het Nederlanders, dan kunnen ze daar nog niet aan zien dat het voor Wie is de Mol? is. Dus dat is nog een voordeel.”

Weten de kandidaten van tevoren waar ze heen gaan?
Jongstra: “Dat ligt eraan. Toen ze naar Noord-Ierland gingen wisten ze het niet, maar toen ze naar Japan gingen wisten ze het wel. Het is ook een trigger om mee te gaan. Dat mensen het leuk vinden om mee te gaan.”

Dus er zijn kandidaten die over de streep getrokken moeten worden door de locatie?
Jongstra: “Soms wel ja. Dat helpt wel.”

Wordt Wie is de Mol? in Nederland bedacht of is er ook veel improvisatie ter plekke?
Jongstra: “Nee, niet in de opname periode. Als we gaan filmen is het voor mij de vierde keer dat ik op die locatie ben en voor Aldo de derde keer. Wij hebben dus dan al drie reizen gehad van te voren, waarbij de laatste reis is gekoppeld aan de opnames. Maar dat uitdenken gebeurt tijdens de eerste drie bezoeken. Als er eenmaal gedraaid wordt dan wordt er niet meer geïmproviseerd. Zo weinig mogelijk.”

De spellen en de ideeën daarvoor komen allemaal tot stand tijdens die bezoeken aan een land?
Paape: “Van tevoren heb je soms ook wel ideeën, maar je moet locaties zien te vinden waar het realiseerbaar is. Het gebeurt vaker andersom. Dat je ergens komt, een locatie ontdekt, en denkt, ‘hier kunnen we wel wat mee’. Zo mooi, zo interessant, zo intrigerend, daar wordt wat bij bedacht.”

Met welk doel wordt Wie is de Mol? gemaakt?
Paape: “In eerste instantie is het vermaak, want het is televisie. Het is niet echt een eerste levensbehoefte. Maar als je er eenmaal bent, wil je ook wel heel graag de mooie plekken van het land laten zien. Maar goed, dat komt er dus bij. Het is geen reisprogramma. We gaan niet naar Japan om te laten zien hoe mooi Japan is.”

Waarom hebben jullie voor het tiende jubileum seizoen voor Japan gekozen?
Jongstra: “Voor mij was het persoonlijk het land waar ik ooit nog een keer naartoe wilde. Dan kun je zeggen, ‘ga eens op vakantie of zo’. Maar ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat het ook mijn werk is. Ik was zo benieuwd naar Japan, ik verwachtte er zoveel van. Dat het anders was. Ja, gewoon een andere wereld. En het leek mij daardoor dus ook perfect voor De Mol. Daarom wilde ik graag naar Japan. Dus dan ga je dat uitzoeken.”
Paape: “Ik was geen voorstander. Ik heb nooit iets met Japan gehad. Ik heb sowieso niet zoveel met Azië. We hebben ooit in Thailand opgenomen en dat vond ik ook niet echt het leukste land om te bivakkeren. Dus ik had enige vrees dat het in Japan ook die kant op zou gaan qua menselijke contacten. En daarnaast is het ook een vreselijk duur land. We zijn eigenlijk een jaar te laat gegaan, want een jaar ervoor was het heel goed te doen. Maar toen was het net verkeerd.”

Maar hoe begint dat dan? Jullie vliegen naar Japan en dan gaan jullie kijken voor locaties?
Jongstra: “We laten ons daarin wel adviseren door mensen met wie wij daar in zee zijn gegaan. Die zeggen dan, ‘dat is mooi en dat is mooi, en daar moet je naartoe’. Dat komt omdat zij daar contacten hebben. En dat vinden wij verder niet erg, want wij hebben ook contacten nodig. Als we dan zien dat het daar mooi is… Nagasaki, daar wilde ik zelf naartoe omdat dat Holland Village daar is. Dat wilde ik zien. Geweldig is dat. Nagasaki, allerleukste stad van Japan. Van waar ik in Japan geweest ben dan. Ik vond dat echt heel erg leuk. Maar in dat Holland Village, dat Huis ten Bosch, hebben we helemaal niks gedaan. Drie kwartier geweest. Toen hebben we een andere Holland Village gevonden wat al acht jaar geleden failliet was gegaan. Het stond al acht jaar leeg. Een hele Zaansche schans, molens, Hoorn was nagebouwd.”
Paape: “Je had eerst Holland Village, dat was redelijk succesvol. Toen dacht een andere ondernemer, ‘hé, dat is succesvol, ik ga het groter en nog mooier maken’. En die heeft op twintig kilometer daar vandaan Huis ten Bosch gesticht. Dat andere park is meteen failliet gegaan, want die hadden geen klanten meer. Het is voor ons veel interessanter om een park te vinden wat eigenlijk helemaal vergaan is.”
Jongstra: “Volledig vervallen. Roltrappen overwoekerd door struiken en zo.”
Paape: “Prachtig. Jij zult denken, ’je gaat naar Japan, waarom ga je dan in godsnaam niet naar Kyoto toe?’ ”

De culture hoofdstad van Japan.
Jongstra: “Daar zijn we ook geweest. Daar kregen we van alle kanten te horen, ook van onze lokale mensen, ‘je krijgt niks geregeld, want ze zijn totaal verwend door alle filmploegen’. ”
Paape: “Onmogelijk om vergunningen te krijgen.”
Jongstra: “Wel een hele mooie stad trouwens. Maar ik vond juist dat ruige en dat zeehavengevoel zeg maar van Nagasaki heel leuk.”
Paape: “En het was ook leuk dat je daar een soort Europese invloeden voelde.”
Jongstra: “Zoek dat maar eens uit, want ik denk echt dat wij als Nederlanders daar voelen dat daar Nederlandse genen rondlopen.”

Hoe zit het met de voorbereiding in Nederland?
Jongstra: “We gebruiken Internet, reisgidsen en we lezen boeken. Ter voorbereiding op Japan heb ik bijvoorbeeld Tekkels in Tokyo gelezen. Maar verder varen we op wat onze lokale producers aandragen.”

In de afleveringen van het Japan seizoen lijkt er niet heel veel contact te zijn tussen de kandidaten en de Japanners?
Jongstra: “Als je het vergelijkt met andere jaren is het een heel groot verschil. Absoluut. En dat komt echt door de Japanners.”

Door de taalbarrière?
Jongstra: “Waarschijnlijk.”
Paape: “Maar ook door hun hele levenshouding.”
Jongstra: “Dan geef ik nu het woord aan Aldo…”
Paape: “Ik kan het misschien het beste illustreren met een opdracht die we hebben gehouden op een markt. Een hele drukke straat met heel veel winkeltjes. En dat noemen wij een markt…”
Jongstra: “Ja, een heel klein buitenwijkje. Amerikaanse legerkleding kun je er kopen, drugstore, dat soort… Er gaat een trein langs.”
Paape: “Wij hebben altijd heel veel lokale mensen in dienst. Want ja, dat is noodzakelijk. Omdat je dan alle lokaties leert kennen die je zou willen kennen ook. Om alles te regelen is het ook noodzakelijk. Maar die werken dus ook mee met het organiseren van de opdrachten en die begeleiden ons daarbij. En bij deze opdracht werd het dus duidelijk dat het eigenlijk onacceptabel was om daar met een ploeg, een camera- en een geluidsman, de kandidaten te volgen. Want er blijkt een soort ongeschreven wet te bestaan in Japan dat je uitwijkt als je op straat loopt en er iemand van de overkant komt aangelopen. Dat doet de ander ook, maar in ieder geval, je zal in ieder geval nooit iemand in de weg lopen. Want dat is ongepast. Nou, als je met een tv programma bezig bent, zeker bij een opdracht in een hele drukke winkelstraat waarbij cameramensen bezig zijn om kandidaten te volgen, dan loop je mensen in de weg. En lokale mensen die we in dienst hadden waren tijdens die opdracht alleen maar bezig om onze camera- en geluidsmensen weg te duwen omdat ze zagen dat die mensen in de weg liepen. Dat is een levensstijl waar wij niet aan gewend zijn. En waar zij niet aan gewend zijn is dat wij daar niet aan gewend zijn. En dat botst dan wel. Dat ging moeizaam.”
Jongstra: “En dit is één voorbeeld. Er zijn heel veel voorbeelden.”

Wekte dat bij jullie ergernis op?
Jongstra: “Ontzettend. Ontzettend.”
Paape: “Een ander mooi voorbeeld wat ons veel tijd en geld heeft gekost. Daar heb ik vaak mee te maken omdat je mensen inhuurt. We hadden een opdracht bedacht die plaats zou vinden in twee flats die tegenover elkaar lagen. En wij wilden dus filmopnames maken van de ene flat naar de andere flat. Er is heel lang onderzoek naar gedaan om twee flats, ‘twin towers’ zeg maar, die in je Tokyo heel veel hebt, te vinden. Twee gebouwen die tegenover elkaar staan. En ze hebben heel veel moeite gedaan om die twee gebouwen te vinden. Om te zeggen, is dit wat jullie leuk vinden en wat jullie bevalt als locatie. Het werd een steeds moeilijker uitvoerbare opdracht, maar die lokaties daar gingen ze heel erg naar op zoek. En toen begrepen we dat het eigenlijk helemaal niet passend is om in Japan bij iemand over de vloer te komen. Dat werd ons langzamerhand een beetje duidelijk uit allerlei discussies, e-mails en zo. Dat begrepen wij niet helemaal. Uiteindelijk kwam er ook uit dat als je bijvoorbeeld je huis verkoopt in Japan, het niet is zoals hier dat je allerlei mensen uitnodigt om je huis te komen bekijken. Dat is ‘not done’. Want je nodigt geen vreemde mensen uit in je huis. Dat gebeurd gewoon niet. Je hebt allerlei modelhuizen waar je uit kan kiezen. ‘Nou, zo’n huis wil ik ongeveer hebben’, en dan gaat de makelaar gewoon voor jou op zoek. En dat werd ons steeds duidelijker. Dus de opdracht die we vantevoren hadden bedacht was eigenlijk helemaal onuitvoerbaar. Toen dachten we, in twee woontorens kan het dus niet. Dan doen we het misschien vanuit een hotel naar een woontoren of vanuit een hotel naar een werktoren. We zaten zelf als crew in een hotel tegenover een kantoorgebouw dat elke avond helemaal leeg was. Dus toen dachten we, ‘misschien is dat een goede optie’. Hebben we dat weer aangekaart, ook een vergunning voor aangevraagd, enzovoort. En toen bleek uiteindelijk dat ook het zuiver filmen van een leeg kantoorgebouw werd gezien als een inbreuk op hun privacy. Want je filmt dan een kantoor waar een bureau staat waar mensen overdag werken. Die zijn er nu weliswaar niet, maar je laat het dus toch zien terwijl ze daar werken overdag. Nou, dat zijn dingen die voor ons heel ver gaan en die normaal zijn voor Japanners. En dat is een botsing van culturen. Lastig, omdat je het liefst aan het begin van dat je die opdracht uitlegt al te horen krijgt van ‘dat kan niet, daar en daar en daarom’. Begrijp je? Zij vinden het heel lastig om mensen teleur te stellen.”

En zeggen geen nee?
Jongstra: “Nou, uiteindelijk wel.”
Paape: “Ze willen het heel goed doen voor andere mensen. Ook voor ons… Ze hebben enorm hun best gedaan om het voor ons zo goed mogelijk te maken, maar het heeft ons uiteindelijk heel veel tijd en geld gekost om hetgeen we wilden te realiseren. Eigenlijk omdat we na dag één, na onze ideeën opgestuurd te hebben, al te horen hadden kunnen krijgen dat het niet kon, omdat het in Japan ‘not done’ is om bij iemand over de vloer te komen of om je camera op een leeg gebouw te richten. Dat zijn lastige dingen, dat zie je niet van tevoren aankomen…”

Tot zover het eerste deel van het interview met de makers van Wie is de Mol?. Later deze maand volgt het tweede deel van het vraaggesprek met Anton Jongstra en Aldo Paape.

Comments

One Response to “Interview met Anton Jongstra en Aldo Paape, makers van Wie is de Mol? (deel I)”

  1. cavo midi

    Hi, this is a great post! Thanks..

    Reply

Leave a Reply